07 juni: Klimt (in Galerie) & Claus (in Muze) - 08 juni: recensie van 'Bezonken rood' (Jeroen Brouwers) op Boekenplank

hoelang rest mij nog?   (../06/2021)   Voor altijd


     Dat het me meezat, dat is het wat in me opkwam, omdat de zon, na een aanhoudend kille periode met veel te veel wind, waarbij ze het grondig had laten afweten, zo dadelijk van achter het belendende appartementsblok de dijk in lichterlaaie zou zetten en hierdoor enige luttele ogenblikken later het overluifelde terras van het koffie- en theehuis op haar deugddoende late voorjaarswarmte zou trakteren.

Enkele verspreide gasten, gezellig getik van lepeltjes in koffiekopjes, door attente diensters met zorg geserveerd op een dienblad, voorzien van een melkje, suiker, een toefje slagroom en een versnapering. Gezellige middagdrukte op een heus terras. Niet langer het uit onhandige plastieken bekers obligate degousteren, daarbij ongemakkelijk rechtstaand, beschutting zoekend tegen de niet aflatende noordwesterwind, van een of ander onbestemd vocht, dat een mens alleen maar doet hunkeren naar een onvervalste espresso, cappuccino, latte...
Terwijl ik me een tafeltje uitzocht, schoof het geelbruin getreepte zeil boven mijn hoofd geruisloos open en verscheen het azuurblauwe uitspansel in al zijn heerlijkheid. Alleen de geur van Nivea ontbrak, de zonnebrandcrème waarmee in vervlogen tijden ijverige moeders armen, hals en schouders pleegden in te smeren van hun kroost, ongeduldig als die was om de zee te gaan bestormen. 

     'Ja, zo snel kan het gaan, niet te vatten gewoon. Juist, dat het niet eerlijk is.' Het was een rijzige vriendelijke man, stijlvol gekleed in een gele pantalon, wit linnen hemd met zwarte knopen en openstaande kraag, zwarte bootschoenen, die deze woorden uitsprak. Hij leek me, afgaand op zijn outfit en manier van praten, afkomstig uit een andere provincie. Even een dagje aan zee? Een voor altijd aangespoelde?
Vanuit een ooghoek merkte ik dat de dienster zich even de tijd gunde om een praatje te slaan met de charmante heer, die spontaan zijn mondmasker opzette. Alhoewel ik hoogstens enkele flarden kon opvangen, meende ik te mogen begrijpen dat hij zijn beste vriend had verloren... corona... in geen tijd met spoed naar de intensive care gebracht... geen bezoek...  gisteren begraven... beperkt publiek.

     Beelden uit het voorjaar 2020 kwamen me voor de geest: staalblauwe luchten, nooit zo helder geweten en geen enkel vliegtuig te bespeuren. Lockdown in de lucht en in de straat - alleen essentiële verplaatsingen toegestaan - en de vreemde akelige stilte, alleen nog doorbroken door het gehuil van af- en aanrijdende ziekenwagens. Het deed me nadenken, onrustig worden ook. Omdat het wetenschappelijk inzicht te traag vordert, omdat virologen, infectiologen met al hun cijfers en vernuftige apparaten achter de feiten blijven aanhollen, omdat het wondermiddel Remdesivir alleen bleek werkzaam te zijn bij de ex-president van de VS, omdat je zomaar besmet kunt zijn zonder het te weten en omdat, indien je pech hebt, magere Hein, zeis in de vuist geklemd, in geen tijd zijn opwachting komt maken.