05 september ... in Galerie: Pablo Picasso / Conceptual I (it's all kind of minimalistic)

KANTELPUNT   (28/12/2019)


          De man stond het ongegeneerd, want onnodig luid, uit te leggen aan de vrouw aan de andere kant van de balie. Hij had het over onze voetafdruk, daarbij breed gesticulerend en vaag wijzend naar iets achter zijn rug: de quasi lege ruimte met de geldautomaten, de straat, de rest van de wereld... Meteen voelde ik mij persoonlijk aangesproken. 
Om niets te moeten missen van het betoog van de drukdoende man bleef ik zo onopvallend mogelijk talmen. Met mijn gezicht naar de automaat gekeerd begon ik op de touchscreen op allerlei cijfers en tekens te tikken, die ik anders met geen vinger zou aanraken. Toen ik even opzij durfde te kijken, merkte ik dat de baliemevrouw de kerel met grote ogen zat aan te gapen. Verbaasd? Nee, eerder geïrriteerd, nerveus leek ze, want ze begon aan haar computerklavier te prutsen, te schuiven op haar stoel.

'Ja maar, meneer.. ', probeerde ze, al was het mij niet duidelijk wat ze daarmee precies bedoelde - wou ze de man er beleefd op wijzen dat ze niet was opgezet met zijn ongevraagde tirade? Wou ze toch nog met hem in discussie gaan? - , want ze werd meteen de pas afgesneden: 'U begrijpt het niet goed. Ik probeer u uit te leggen dat wij hier met veel teveel volk rondlopen. China had die geboortebeperking van eertijds nooit mogen afschaffen... Teveel beesten ook. Weet u dat onze provincie meer varkens telt dan inwoners? Om nog te zwijgen van al die winden- en boerenlatende koeien... Methaan heet het. Google het maar eens. Nog erger dan de CO² van onze auto's en fabrieken...' 

Intussen was de bankdirecteur schoorvoetend naderbij gekomen: 'Lies, zal ik het even van jou overnemen?'
Lies schraapte haar keel vrij: 'Ja, graag.' Geruisloos verdween ze in een van de achterkamers van het kantoor.
'Meneer, ik… ', begon de directeur maar de boze man was nog niet klaar. Het maakte niet uit met wie: 'En zeggen dat ze het in Brussel nog altijd niet hebben begrepen. Ze verhogen de belastingen, onze gas- en elektriciteitsfactuur, terwijl straks hier het licht uitgaat en de zee overloopt.'

Ik hoorde de geagiteerde kerel nog iets beweren over de invasie van oprukkende processierupsen, eenzame ijsberen op wegsmeltende ijsschotsen, gespot door rijke toeristen vanop reuzecruiseschepen. Ik vond het welletjes en verliet het bankkantoor.
Omdat het intussen hevig was beginnen regenen, zocht in mijn toevlucht bij een koffie in het café even verder in de straat.

          'Het heeft me heel de nacht wakker gehouden. Het lijkt wel alsof er niets meer aan te doen is', hoorde ik de vrouw beweren aan het tafeltje naast mij,  'to little, to late. Dat was toch het standpunt van die vent. Of zou ik het niet goed begrepen hebben? Hij gooide met allerlei cijfers en statistieken.'
Haar echtgenoot - ik nam aan dat het haar echtgenoot was - stelde een wedervraag: 'Ge bedoelt die Nic Balthazar?'
Zij: 'Het zou kunnen. Ik heb zijn naam niet onthouden. Ge waart beter hier gebleven in plaats van naar het voetbal te gaan kijken in de Vergane Glorie .' Ze hadden het duidelijk over dat programma op TV: het klimaatbetoog, een stand-up tragedy met die Balthazar in de hoofdrol.
Hij, na diep nadenken: 'Och, ik weet het niet. Overdrijven ze niet met al hun doemscenario's? Er werden toch duidelijke afspraken gemaakt in Parijs? Zelfs Trump zal dat niet kunnen tegenhouden, want zie wat er aan het gebeuren is: in Californië, New York en wie weet waar elders zullen ze dat akkoord tóch proberen uit te voeren, al was het maar om hun president de duvel aan te doen.'
Zij: 'Waarom komen al die jonge mensen dan op straat, denkt gij? Die vent op TV beweerde dat we nog slechts een fractie zijn verwijderd van het fameuze kantelpunt. Eens daar voorbij zal de opwarming onomkeerbaar zijn. Hij had het over een exponentiële curve en zo.'

Ik hoor de vrouw ook nog iets zeggen over de transitie, dat moeilijk woord dat intussen gemeengoed is geworden. Wereldleiders nemen het graag in de mond om zichzelf een wetenschappelijke sérieux te geven. Hoe dan ook, het is common sense geworden dat we van het gas af moeten, de stookolie, diesel en benzine. Ook onze koeien worden geviseerd..
Zij, alsof ze mijn gedachten kan lezen: 'Wij zijn nog altijd hout en kolen aan het stoken. Ik voel mij mee schuldig. '
Hij: 'Gij wilde zo'n dure Scandinavische allesbrander en nu wilt ge die bij het oud ijzer zetten? Geen sprake van. Kijk trouwens maar eens naar al die Chinezen in de straten van Peking. Die lopen allemaal met een masker op hun smoel. De luchtvervuiling ginder komt echt niet van dat beetje rook dat bij ons uit de schoorsteen komt. Ik wil maar zeggen: de ene voetafdruk is de andere niet.' 
Zij: 'En al die stormen dan de laatste tijd? Is dat ook ver van ons bed, niet ons probleem?  Verleden week nog aan de kusten van Frankrijk en Spanje... en die droogte in Afrika en al die andere miserie... Het jaagt de mensen daar weg.'
Hij: 'Dat van die klimaatvluchtelingen moet ge niet allemaal geloven. Er wordt hen van alles voorgespiegeld: een dak boven het hoofd, kindergeld, ziekteverzekering... Vanaf hun eerste dag hier, zeg maar, staat de deur van onze sociale zekerheid wagenwijd open.'
Zij: 'Ge zijt een koppigaard en een egoïst. Het is altijd een ander zijn schuld en uzelf zit ge voor te liegen dat er niets aan de hand is met ons klimaat.'
Hij: 'Och mens, straks begint ge nog over die honderdjarige storm aan onze kust. Weet ge wat ik er van denk? Het zal onze tijd wel duren.'
Ik heb met de vrouw te doen. Ik hoop voor haar en hem dat ze geen kinderen op de wereld hebben gezet, want het is de generatie van onze kinderen en kleinkinderen die het gelach zal betalen, terwijl wij het zijn die de voorbije halve eeuw ver boven onze stand hebben geleefd.

          Het tafeltje naast mij is leeg. Ik heb de man en de vrouw niet zien weggaan. Gegrepen en bevangen door allerlei emoties was ik even geweest bij het opdoemen, onverwacht, van een reeks beelden uit mijn jeugd... In de late lente gingen we op zoek naar meikevers in de beukenhaag. Tijdens de lange warme zomers speelden we 'Te land en ter zee' op het heetste uur van de dag. Onze ouders waren fier als we een bruin kleurtje hadden. Het was een teken van gezondheid..., op late augustusavonden speelden we Ivanhoe of cowboy en indiaan in het gazon rond het huis, blootvoets, tot de dauw opkwam..., ik hoor mijn moeder nog, zorgelijk naar buiten kijkend na de eerste nachtvorst in de week voor Allerheiligen: 'Als de chrysanten op het kerkhof nu maar niet bevriezen' en op de ochtend van 6 december waren de akkers ondergesneeuwd. Een beetje Bruegel… en bij aanhoudende vorst, diep in de winter, goot de meester enkele emmers water leeg op de speelplaats, zodat we baantjes konden glijden...
Met de regelmaat van de seizoenen kwam alles elk jaar terug. Voorspelbaar, want in de juiste volgorde. Geruststellend.

Maar er is meer. Naast en achter die geruststellende voorspelbaarheid was er dat andere: we voelden ons veilig in de geborgenheid van ons huis, de straat, de dorpsschool. Onze vaders en moeders zagen er gelukkig uit, want er was vooruitgang en welvaart met TV, de eerste gezinswagen, vakantie aan zee. In deze gouden tijden mochten wij opgroeien en beginnen dromen over onze eigen toekomst. Het was allemaal vanzelfsprekend en dus stond niemand daar bij stil.
Je ziet pas de vanzelfsprekendheid van de dingen wanneer die onder druk komt te staan.

Veel later pas, uiterst traag, groeide het ontnuchterende inzicht: de menselijke soort leeft boven haar stand. Vooruitgang en welstand waren al lang veruit het geprefereerde doel van al ons handelen geworden. Ook al doemden er steeds meer knipperlichten op - ozon, zure regen, smog, fijn stof, oprukkende woestijnen, wijzigende golfstromen, smeltende gletsjers en permafrost, brandende en gekapte regenwouden... - , toch bleef de menselijke soort koppig volharden in het verwaarlozen en verder uitputten van onze dierbare planeet. Tot op de dag van vandaag. Zelfs nu de wetenschap het woord 'onomkeerbaar' in de mond neemt, heerst er alom struisvogelpolitiek en negationisme… 

          Die knusse geborgenheid hier aan de oevers van de grote oceanen, in onze regenwouden, uitgestrekte vlakten.., ze is aan het verdampen en nog hebben we de signalen niet helemaal begrepen. Indien de klimaatopwarming een vaststaand feit is, dan zal de menselijke soort er zowat in haar eentje voor gezorgd hebben dat het zo broos evenwicht hier onder onze unieke kwetsbare dampkring schier onomkeerbaar, onherstelbaar werd verstoord en dat dit, in het licht van het moment waarop het eerste leven hierbeneden ontstond, werd gerealiseerd in een fractie van een seconde...

Ik moet mij niet zo opwinden. Daar wordt niets of niemand beter van. Toch lijkt de situatie, ook vanuit persoonlijk perspectief, vrij hopeloos. Wat vermag ik immers tegen die aangekondigde apocalyps of wat heb ik, eenzame sterveling tussen die 7,5 miljard andere, te bieden om het gevreesde kantelpunt te helpen verhinderen? Of toch…? Indien ik nu eens een steen zou verleggen in een rivier op aarde? Indien elk van ons, we zijn immers met 7,5 miljard, nu eens hetzelfde zou doen? Naïef, maar een mens mag al eens dromen.

Het nieuwe jaar komt er aan. Ik zou enkele goede voornemens kunnen maken. Ik kan alvast mijn fietsbanden oppompen, proberen minder vlees te consumeren, minder plastic te verbruiken… Daarmee worden allicht al enkele steentjes verlegd.

- EINDE -