05 september ... in Galerie: Pablo Picasso / Conceptual I (it's all kind of minimalistic)

quickscan   (12/02/2021)


   Wonderlijk hoe sommige vertrouwde beelden zo snel kunnen wegdeemsteren in de nevels van de herinnering. Voor alle duidelijkheid, ik heb het niet over al die mensen die men al enige tijd niet meer zag, sommige nooit meer zal zien. Bij mij willen de gezichten nog wel lukken. Het zijn de namen die me al eens niet willen te binnen schieten. Nee, wat ik bedoelde zijn die plekken waar je bijna dagelijks langskomt, waarbij je er onbewust vanuit gaat dat je ze nooit zal vergeten. Neem nu ons lokaal warenhuis. Een eerste keer berichtte ik daarover ter gelegenheid van de facelift die de winkel onderging. Hoelang is dat intussen geleden? Een jaar? Hooguit twee.

Waarover ik toen verslag uitbracht? Op een dag werd aan de ingang schriftelijk meegedeeld dat de winkel, na een lange periode van strip- en renovatiewerken, periode nota bene waarin hij op geen enkel ogenblik gesloten was geweest, gedurende 4 dagen dicht zou blijven. Zo meen ik het mij nog vaag te herinneren. Bij de heropening bleek dat het aantal klassieke kassa's tot de helft was gedecimeerd. In de vrijgekomen ruimte waren glanzende machines geplaatst, cleaner nog dan deze in de operatiekwartieren van onze ziekenhuizen en dit alles ten gerieve straks van de scannende burger, die voortaan bij het afrekenen door niets of niemand nog gehinderd zich naar hartenlust zou kunnen uitleven aan de grote schermen, alles in het teken van efficiëntie, snelheid en vooruitgang.
Het was wellicht op dat eigenste ogenblik dat het vertrouwde beeld van de winkel van vóór zijn facelift aan zijn stille tocht naar de wegdeemstering was begonnen.

   Waarover wou ik nu weer berichten? Over dat scannen en hoe een mens dit met vallen en opstaan onder de knie krijgt. Meteen erin vliegen, dacht ik, niet uitstellen. Dat is voor losers. En dus flaneerde ook ik op die bewuste dag van de heropening met zo'n zelfscanner langs de winkelrekken. Eerst wat onwennig, want alle begin is moeilijk. Laat mij dit even toelichten... Stel dat je een busseltje niet verpakte krulpeterselie wilt kopen. Nietsvermoedend stap je met je verse groente naar de elektronische weegschaal, waar je vaststelt dat afbeelding en prijs van die verdomde krulpeterselie nergens te bespeuren zijn. Het is me echt overkomen! Lag het aan mij? Ik stond erop te kijken als een hond op een zieke koe. Tot er iemand aan mijn mouw trok, een behulpzame mevrouw, die me vriendelijk terugstuurde naar het vak met de krulpeterselie: 'Meneer, je moet dat ter plaatse scannen, aan dat groene plaatje daar'... 
Of neem een pot confituur, om het even welke: vier vruchten, frambozen, maakt niet uit. Met de beste wil van de wereld krijg je zo'n ding de eerste keer niet gescand. Al voer je de gekste manoeuvres uit met het toestelletje, het mag niet baten. Tot je toevallig ontdekt, omdat je daar maar wat onbeslist om je eigen as staat te draaien, dat de barcode op de glazen pot last heeft van het geweld van de plafondverlichting. Ergens in een donker hoekje moet je gaan staan, in de schaduw buiten de spotlights en het is zó geflikt... Of nog, je wil een fles Spa Blauw scannen, groot of klein, het maakt weer eens niet uit. Het machientje wil eerst nog wel een onzeker geluidje voortbrengen, maar daarna... niets meer. Vooral niet vergeten te melden aan de juffrouw van dienst, denk je dan of anders riskeer je ginds, in die smetteloze zone tussen de glanzende nieuwe kassa's, nog beticht te worden van winkeldiefstal. Intussen ben je al bij het kattenvoer aangekomen en jawel, ergens vanuit je winkelkar klinkt een verlossend geluid; ter elfder ure heeft het systeem alsnog een fles plat water aan het boodschappenlijstje toegevoegd.

   Beweerde ik niet dat het nieuwste winkelen in het teken staat van snelheid en efficiëntie? In de beste der werelden mag dit een plausibele stelling zijn, ervan uitgaand dat het in eenieders bereik moet liggen een volleerd scanner te worden. Maar laat nu net daar enige twijfel over bestaan. Want beeld je even de klant in die al jaar en dag trouw zweert aan zijn caddy (ook wel eens 'trolley' genoemd). Je weet wel, zo'n op 2 wieltjes voort te bewegen lichtgewicht wagentje met een theoretische inhoud van om en bij de 50 liter! Daar krijg je een halve winkel in kwijt en je behoeft niet eens meer zo'n lompe winkelkar. Handig toch! Je ziet ze nog vaak, die klanten die hun volgestouwde caddy ijverig aan het overslaan zijn op de rolband van hun ouwe getrouwe kassa. Om aan de laatste producten te geraken, helemaal onderin, verdwijnt hun hoofd dan steevast enkele keren in de te smalle opening. En jawel, na het afrekenen volgt nogmaals het ritueel van het verdwijnend hoofd, het volstouwen weer. Zo ging het er menigmaal aan toe in ons lokaal warenhuis, in het tijdperk van vóór de facelift.

Maar laten we liever bij de zaak blijven, over die gerede twijfel. Elk redelijk mens houdt voor schier onmogelijk waarover ik nu verder zal berichten. En toch...
Op een blauwe maandag, niet eens zo lang geleden, betreedt een klant, een vrouw van middelbare leeftijd met achter zich aantrekkend een volgeladen caddy, zelfzeker de scanzone. Omwille van Corona staat de helft van de kassa's daar al een hele tijd op non-actief. Dit wordt aangeduid door een rood licht boven de schermen. Met bekwame spoed begeeft ze zich naar de enige kassa met oplichtend groen. De juffrouw van dienst legt er de laatste hand aan het ontsmetten van de toetsen van de betaalautomaat en de zwart glanzende tabletjes links en rechts van het scherm, negeert de ongeduldig wachtende vrouw met haar tot aan de rand gevulde caddy in Schots ruitjesmotief (50 liter!), maakt zich stil uit de voeten.

IJverig begint de dame in kwestie met het uitladen van haar aankopen. Een na een legt ze de producten nonchalant op het rechtse tabletje. Een wanordelijke hoop wordt het, die begint te schuiven op het glad en te nauw bemeten plankje met de afgeronde hoeken, die dreigt om te vallen... en dus begint ze die producten alvast een na een te scannen. Wat moeizaam verloopt, want vanuit de machine komt slechts zelden meteen de verlossende biep. Zoals het geval was bij mijn confituurpot, lang geleden... Bij elke geslaagde biep verhuizen de aangekochte producten van het rechter naar linker tabletje. Amorfe toren weer, die begint te schuiven, die nog amper in bedwang te houden valt omdat nu ook haar handtas van haar schouder dreigt te glijden...
Ze heeft daarstraks niets gescand! Dus zal ze dit gauw hier even doen! Hoe bestaat het! Die uitpuilende caddy! Dit gaat een eeuwigheid duren!
Het moeizaam opdiepen van producten uit het wagentje herhaalt zich tot het tabletje opnieuw vol ligt, een schots en scheef bouwwerk met stokbrood, toiletpapier, conserven, zuivel, groenten... Die glijdende handtas weer. Er valt nog heel wat te scannen, maar links is er voorlopig geen centimeter vrije ruimte meer. Mevrouw toch, zeg nu niet dat je geen zakken bijhebt! Ik zie geen zakken. Ze heeft geen zakken bij! Wat nu?
Met robotachtige bewegingen vervolgt ze haar activiteiten, probeert nog iets bovenop de al wankele hoop te leggen, die omvalt. Zie ik daar een karton eieren voorbij de boord van het tabletje schuiven? Het zijn bio-eieren. Mevrouw eet gezond. Intussen staat de juffrouw aan de-kassa-met-de-gele-en-blauwe-vuilniszakken met grote ogen naar een punt te staren in de verte. Ze heeft alles gezien, natuurlijk, maar klant is koning. Het hoofd van de dame duikt nu heel diep in het gat van de caddy. Het scannen moet stilaan op zijn einde lopen. De laatste producten worden nu niet langer op maar kriskras onder de overvolle plankjes op de grond gestouwd. Die vervelende handtas nog steeds.
Finaal begint het herladen van het wagentje in Schots ruitjesmotief. Hilarisch? Pijnlijk!

Misschien maakt de mevrouw een of ander statement, dacht ik nog. Met haar performance probeert ze de goegemeente duidelijk te maken dat het moet kunnen: mét een caddy, zónder scanner en zónder plasticzakken probeert ze te beweren dat... Nee, dit houdt geen steek. Wie weet wil ze met haar dwaas gestuntel juist haar grondig ongenoegen etaleren over die te smalle en gladde tabletjes... Wie zal het zeggen?

   Of er iemand, behalve mezelf dan, iets had gemerkt? Niemand, behalve misschien die juffrouw van achter haar kassa-met-de-gele-en-blauwe-vuilniszakken. Is het overdreven indien ik durf te stellen dat we tegenwoordig met z'n allen teveel op onszelf gericht zijn? Dan krijg je natuurlijk dergelijke toestanden van mensen die daar ergens staan te knoeien terwijl iedereen hen ostentatief de rug toekeert. Nee, op geen enkel gezicht viel ook maar het minste spoor te bespeuren van enige verwondering, ongeloof, erbarmen. De dame was er niet, leek lucht.

Waarom steken klanten elkaar niet eens een handje toe, vroeg ik me af. Waarom was er niemand die deze dame even wou aanspreken? Mevrouw, kan ik je met iets helpen? Luister, laat het me even uitleggen... indien je het een volgende keer op deze zou proberen... dan zou je nu niet...
Intussen was ik aan het afrekenen zonder de dame ook maar een ogenblik uit het oog te verliezen. Ik wou iets doen, de juffrouw van dienst erbij halen, haar te hulp snellen, maar ik deed het niet. En zo komt het dat we samen naar de uitgang liepen, de dame met haar uitpuilende caddy en ik. Botste ze daar toch niet domweg tegen de gesloten plexiglazen deur zeker! Gekraak in de hengsels.
'Mevrouw, je bent je ticket vergeten', hoorde ik mezelf zeggen, 'zo geraak je er niet uit.' 
'Ook dat nog', siste ze. Daar stond ze dan, met haar knieën pal tegen die doorschijnende deur, als bevroren. Een zielige vertoning. Ze vertikte het om me aan te kijken.
Waar was de juffrouw nu plots gebleven? Ze had zich nuttig kunnen maken.
Een aardige man kwam toegesneld, een ticket in de hand: 'Alstublieft, madammetje.'
De dame griste het papiertje uit de man zijn handen: 'Moei er u niet mee.'
Toen ging de semi automatische deur geruisloos open.

   Nee, de dame had geen statement willen maken en ja, dat nieuwe winkelen leer je met vallen en opstaan. Voor sommigen onder ons wil dat al eens iets moeizamer uitpakken.